Yoga en Qigong komen uit verschillende tradities, maar hebben ook verrassend veel gemeen. In beide bewegingsvormen staat de verbinding tussen lichaam, ademhaling en aandacht centraal. Bij yoga kennen we houdingen, bewegingen, ademhaling en ontspanning. Qigong werkt vaak met vloeiende bewegingen waarbij je aandachtig aanwezig blijft in het lichaam. De bewegingen zijn meestal eenvoudig en kunnen staand of zittend worden uitgevoerd. Wat beide praktijken bijzonder maakt, is het tempo. Je hoeft niet te presteren. Juist door langzamer te bewegen ontstaat ruimte om beter waar te nemen: hoe voelt mijn lichaam vandaag? Waar houd ik spanning vast? Kan mijn ademhaling zachter worden? Yoga kan soms wat meer nadruk leggen op het aannemen en ervaren van houdingen. Qigong heeft vaak een meer vloeiend en ritmisch karakter. Toch kunnen de twee elkaar mooi aanvullen. Voor mensen die veel in hun hoofd zitten of dagelijks veel prikkels ervaren, kan deze combinatie een prettige manier zijn om weer meer aandacht naar het lichaam te brengen. Het doel hoeft daarbij niet te zijn om ‘zen’ te worden of alles los te laten. Soms is het al voldoende om tien minuten bewust te bewegen en te ademen. Yoga en Qigong nodigen allebei uit tot vertragen, voelen en aanwezig zijn. Niet alleen met je gedachten, maar met je hele lichaam.
